Op zijn 15e stond hij voor het eerst op onze eigen werven, toen nog als jobstudent. 17 jaar later is Gianni Marchetta, samen met zijn zussen Claudia en Cerina, medezaakvoerder van ons familiebedrijf. “Toch noemen de mannen op de werf me nog altijd Gianni’ke (lacht).”

“Smartphone is mijn werktuig geworden”

Op 21-jarige leeftijd koos Gianni definitief voor de bouwsector. “Ik ben begonnen als diener. Mortel maken en bakstenen aanreiken. De zes à acht jaar erna heb ik me stilletjes aan opgewerkt op de werf. Tot ik uiteindelijk mocht proeven van het leven als werfleider. En dat heeft me nooit meer losgelaten.”

“Vandaag stuur ik – als hoofd uitvoering – onze werfleiders in grote mate aan. Een job die mijn oom nog ooit uitvoerde. Ik maak hun planningen mee op, controleer de stand van zaken op de werven en spring in waar nodig. Al komt dat laatste nog maar weinig voor. De vingers kriebelen nog wel eens als ik op de werf sta, maar vandaag is mijn smartphone mijn meest gebruikte werktuig.”

“Kennen elkaar al zolang als familie”

Vandaag werkt Gianni nog altijd samen met collega’s die er al bij waren sinds hij nog een kleine jongen was. “De meeste werfleiders werken hier al zo’n 25 à 30 jaar. We kennen elkaar even lang als of zelfs langer dan vele mensen binnen eenzelfde familie.”

“Dat schept een band. Als de mannen op de werf me zien aankomen, roepen ze meteen Hey Gianni’ke! Ze hebben mij en mijn zussen zien opgroeien. Eén van die mannen is zelfs nog ooit mijn voetbalcoach geweest. Hij weet dus dat ik een karaktertje heb (lacht).”

“Werfleiders meer dan ooit onze spreekbuis”

Op bijna twintig jaar tijd heeft Gianni de bouwwereld enorm zien veranderen. “Niet alleen op vlak van bouwmaterialen en -technieken, maar ook qua klantencontacten. Bouwers weten veel beter dan vroeger wat ze willen, want ze hebben toegang tot zoveel informatie.”

“Bij Marchetta is de rol van werfleider daarom sterk gegroeid. Ze zijn de spreekbuis geworden van ons naar de klant toe en vice versa tijdens het effectieve bouwtraject. Bouwheren willen het gevoel hebben dat hun bouwfirma op elk moment met hun project bezig is. Daarom zetten we bijvoorbeeld extra in op uitgebreide werfverslagen. Onze werfleiders krijgen ook elk een tablet mee om voldoende foto’s te nemen van de vorderingen.”

“Ook respect naar de klant toe speelt een belangrijke rol hierin. Daar hamer ik echt op. Wees vriendelijk en zeg goeiendag, ook is al is het tegen de buurman. Dat maakt echt mee het verschil.”

“Vroeger konden we elkaar de ogen wel eens uitkrabben”

Vandaag vormt Gianni samen met zijn twee oudere zussen de tweede generatie zaakvoerders van het familiebedrijf. “Als kind konden – zeker Claudia en ik – elkaar wel eens serieus de ogen uitkrabben. Maar vandaag werken we als engelkes samen. Meestal toch (lacht). Iedereen heeft zijn expertise en daar vertrouwen we elkaar helemaal in.”

“Op dat vlak treden we perfect in de voetsporen van onze vader en oom, die Marchetta zo lang geleden hebben opgericht. Ik heb ze nog nooit onderling ruzie zien maken. Ze hebben altijd tegen elkaar gezegd als we ruzie krijgen, stoppen we ermee. Tot op de dag van vandaag gaan die twee nog altijd samen een pint pakken op vrijdag. Als het geen lockdown is natuurlijk.”

“Moeder noemt me de verloren zoon

“Ik ben blij dat we dat gemoedelijke en familiale ook in onze dienstverlening en ons contact met de klanten kunnen overbrengen. Die feedback krijgen we toch vaak te horen.”

“Of ik zelf een familiaal type ben? Familie is en blijft heel belangrijk voor mij. Maar hoewel ik minstens een keertje per week langsga bij mijn ouders, heb ik toch de bijnaam van verloren zoon gekregen. Mijn zussen gaan namelijk bijna elke middag bij onze moeder eten, dat heeft me de das omgedaan (lacht).

“Maar ook ik kan zeker genieten van onze eigen familiemomenten. Dat zit er bij ons al ingebakken sinds onze kindertijd. Van toen we elke zondag verzamelden bij onze nonna, met alle neven en nichten erbij. Twintig mensen in een klein huisje in Winterslag, met veel lawaai en veel eten. Daar denk ik nog altijd met enorm veel plezier aan terug.”